ADOS in Coronatijd

We kregen er allemaal mee te maken: diagnostiek via videobellen of op 1,5 meter afstand. Wat betekent dat voor het gebruik van de ADOS?
We hoorden over oplossingen en improvisaties en we kregen er veel vragen over. Welke aanpassingen kan je doen en welke beter niet?

In de stuurgroep discussieerden we erover met trainers en we gingen te rade bij onze internationale collega’s.
Boven alles geldt uiteraard het advies van het RIVM en de afspraken binnen je eigen instelling.

In aanvulling daarop delen we onze visie en advies.

De belangrijkste uitgangspunten van de ADOS als diagnostisch instrument zijn:

  1. De ADOS is een gestandaardiseerd instrument. Voor een betrouwbare scoring en een valide conclusie is die standaardisatie in afname, aanbieden van taken en gebruik van materiaal, onmisbaar.
  2. Het primaire doel van een ADOS afname is het creëren van een sociale interactieve situatie waarin de cliënt wordt uitgenodigd tot wederkerigheid in gesprek, spel en gedrag.

Wanneer de ADOS wordt afgenomen op 1,5 meter afstand, van achter een scherm, met een mondkapje voor, via videobellen of met tussenkomst van een ouder zijn bovengenoemde uitgangspunten bijna niet realiseren. Er zijn enkele aanpassingen mogelijk waarmee we denken dat deze uitgangspunten gehandhaafd worden, maar er zijn ook aanpassingen die we echt ontraden.


Voor kinderen tot en met 12 jaar:

Modules P, 1, 2 en 3: zonder beperkingen af te nemen

We verwijzen naar de geldende adviezen van het RIVM, de overheid en eigen instelling als het gaat om

  • Gebruik van de ruimtes, ventilatie en houden van afstand
  • Werken met cliënten die mogelijk afstandsregels niet goed begrijpen of kunnen volhouden
  • Controleren van gezondheidsvoorwaarden voor live contact
  • Zorgen voor hygiënische maatregelen (desinfectie van handen, objecten en materiaal)

Let wel op: De modules bevatten taken die het virus-besmettingsrisico vergroten, zoals de ballon, het verjaardagsfeestje met klei en kaarsjes uitblazen, de snack. Als je deze taken weglaat of aanpast verander je de standaardisatie van de ADOS dusdanig dat die niet meer betrouwbaar te scoren is. In plaats van de ballon mag je ook een ander zogenoemd oorzaak-gevolg speelgoedje gebruiken. Zie pagina’s 55 (module 1) en 77 (module 2) van de handleiding voor meer uitleg. De snack zou uit een nieuw te openen verpakking moeten komen en evt. overhandigd kunnen worden met handschoenen aan.


Voor kinderen ouder dan 12 jaar en adolescenten en volwassenen:

Modules 3 en 4: mogelijk af te nemen: welke aanpassingen kan je doen en welke niet?

Voldoen aan de voorwaarden van de overheid en je organisatie:

  • We verwijzen naar de geldende adviezen van het RIVM, de overheid en eigen instelling als het gaat om
    • Gebruik van de ruimtes, ventilatie en houden van afstand
    • Werken met cliënten die mogelijk afstandsregels niet goed begrijpen of kunnen volhouden
    • Controleren van gezondheidsvoorwaarden voor live contact
    • Zorgen voor hygiënische maatregelen (desinfectie van handen, objecten en materiaal)

De ADOS als gestandaardiseerd instrument, bedoeld voor het onderzoeken van sociale interactie.

Niet doen:

  • Laat geen taken weg en verander taken niet drastisch.
  • Vraag niet aan ouders om taken af te nemen bij hun kind. Dit beperkt de betrouwbaarheid en validiteit van de ADOS fundamenteel.
  • Neem de ADOS niet af via een videoverbinding. De sociale interactie wordt hierdoor zodanig veranderd dat scoring van de ADOS niet mogelijk is.
  • Neem de ADOS niet af met gezichtsmaskers. Deze beperken de sociale wederkerigheid en het interpreteren van gezichtsuitdrukkingen van zowel client als onderzoeker dusdanig dat de sociale interactie niet meer betrouwbaar te scoren is.

Mogelijke aanpassingen:

  • Gebruik van een doorzichtig scherm met ruimte eronder om materiaal uit te wisselen. Let daarbij op dat:
    • het scherm voldoende transparant is
    • het scherm in een hoek van 45 graden tussen cliënt en onderzoeker staat of hangt. (Onderzoeker en client zitten bij de ADOS in een hoek van 90 graden ten opzichte van elkaar).
    • Er voldoende tijd is om te wennen aan het scherm, er zo nodig even mee te spelen of te vragen naar de ervaring van cliënten in andere situaties met een scherm.
    • Rekening te houden met de mogelijke invloed van het scherm op de interactie. Vraag de cliënt na afloop nog eens naar zijn/haar ervaring ermee. Schrijf opmerkingen van de cliënt over het scherm of merkbare invloed van het scherm op bij de aantekeningen en interpreteer de score van de ADOS met voorzichtigheid.
  • Eigen materiaal dat alleen door de client wordt aangeraakt. Zorg bijvoorbeeld voor een eigen doos met materiaal dat de cliënt zelf kan pakken en terugdoen. Dat kan bij:
    • De constructietaak
    • Plaat, boek en stripverhaal
    • Pauzemateriaal
    • 5-voorwerpen (zorg voor een eigen zakje met voorwerpen voor de cliënt).
    • Zakje met handdoek/zeep voor de demonstratietaak, indien dit nodig is.
    • Belangrijk voor interpretatie en scoring: bij deze taken verandert de sociale interactie enigszins. De onderzoeker en cliënt kunnen niet samen van dichtbij naar het materiaal kijken. Dit beperkt de mogelijkheden tot interactie enerzijds en anderzijds vraagt het meer van de cliënt aan theory-of-mind vaardigheden. Zo zal de cliënt zich mogelijk realiseren dat de onderzoek niet goed kan zien wat hij/zij bedoelt of ziet en dus materiaal tonen of extra uitleg geven. We denken dat hiermee voldoende gelegenheid is voor de cliënt om sociale wederkerigheid te tonen, ondanks het feit dat de situatie is aangepast.
    • We denken daarom dat het beter is materiaal zoals de plaat niet de dupliceren zodat onderzoeker en cliënt elk naar hun eigen kopie van de plaat kijken omdat dit de sociale wederkerigheid zal beperken.
  • Materiaal dat samen gebruikt wordt:
    • Doen-alsof-spel en gezamenlijk interactief spel
    • Bij deze taken ontkomen we er niet aan het materiaal samen te gebruiken. Het spel kan onder het scherm door gespeeld worden.
    • We adviseren het gebruik van het scherm in het spel niet aan te moedigen noch te ontmoedigen, maar gewoon te kijken of een cliënt er spontaan wat mee doet of niet. Dat is vergelijkbaar met een kind dat de tafelrand gebruikt in het spel als afgrond of een poppetje op zijn of haar stoel laat springen.
    • Hoewel de onderzoeker kan proberen zo min mogelijk materiaal aan te raken dat de cliënt ook heeft aangeraakt, zijn we van mening dat het volledig voorkomen daarvan niet mogelijk is en dat het spontane spel van de cliënt sterk beperkt wordt als daar van tevoren afspraken over gemaakt moeten worden.
    • Desgewenst kunnen handschoenen gedragen worden tijdens deze taak. We adviseren dat niet gedurende de gehele ADOS te doen, zeker niet voor cliënten in verband met mogelijke sensorische overgevoeligheid of beperking in het normale gevoel van bewegingsvrijheid.
    • Desinfectie/wassen van handen wordt aangeraden voor en na afloop van deze taak.
  • Afname van de demonstratietaak achter een scherm:

De onderzoeker beschrijft hierbij de setting door imaginaire objecten aan te duiden (“hier is de wastafel” ect). De onderzoeker doet dit onder het scherm door op de helft van de tafel van de cliënt. De tafel en/of handen kunnen daarvoor ontsmet worden of de onderzoeker kan handschoenen aandoen.